Het gesprek is nodig: Citaten uit de toespraak Koning Willem Alexander voor kerstmis 2017



W-A


Het valt niet altijd mee om te blijven geloven in de gemeenschap die we samen vormen. Helemaal niet in een land met zoveel verscheidenheid als het onze. Een land van vrije mensen waarin het antwoord op de vraag 'wie ben ik?' nooit volledig samenvalt met het antwoord op de vraag 'wie zijn wij?'.

Hoe kunnen we leven met die verschillen zonder onverschilligheid? Weinig aanlokkelijk is een samenleving waarin steeds meer mensen zich terugtrekken in een eigen kamer, zonder besef van het huis dat we samen delen.

Het lijkt steeds moeilijker te worden om elkaar in het dagelijks leven te ontmoeten. De plaatsen waar heel uiteenlopende mensen elkaar van oudsher tegenkomen - kerk, kantoor, café, sportclub, school - verliezen die verbindende functie steeds meer. Misschien is alleen het ziekenhuis nog een plek waar je in contact komt met mensen met een andere achtergrond en levensstijl.

Onze communicatie via internet geeft fantastische mogelijkheden, maar biedt niet automatisch een open venster op de wereld. Het is vaak lastig feiten en verzinsels van elkaar te onderscheiden.

Nuance en inlevingsvermogen lijken bij voorbaat het onderspit te delven en Twitter maakt het debat soms bitter. Steeds meer mensen houden hun digitale deur het liefst dicht en nemen alleen nog kennis van ideeën die hun groepsgevoel en mening bevestigen.

Met dit alles kan iets essentieels verloren gaan.

Comments

Gesprek over nationale identiteit moet gesprek van ons allemaal zijn

Rene Grotenhuis in de Volkskrant van 14 september 2017

Sybrand van Haersma Buma heeft gelijk als hij vaststelt dat het vraagstuk van nationale identiteit veel te lang een ondergeschoven kindje was in het maatschappelijke en politieke debat. Terecht wijst hij naar de versplintering van de samenleving als misschien het grootste maatschappelijke probleem. 
De samenleving heeft meer binding nodig dan de constatering dat iedereen gelijk is voor de wet en zich aan die wet moet houden. Sociale cohesie is meer dan efficiënt en effectief opererende systemen en regelingen.

Alsof er een on­ver­an­der­lijk erfgoed aan normen en waarden is, dat nu bedreigd wordt

Maar als hij vervolgens piketpalen slaat voor die nationale identiteit komt hij niet veel verder dan de joods-christelijke traditie, de constatering dat de multiculturele samenleving niet werkt en dat er geen Europese (oftewel voor ons aanvaardbare) islam is ontstaan. De waarden van onze traditie, zo zegt Buma, mogen we niet laten verwateren. Alsof er een onveranderlijk erfgoed aan normen en waarden is, dat nu bedreigd wordt en verdedigd moet worden. En precies die stelling van onveranderlijkheid maakt elk zinvol gesprek over nationale identiteit bij voorbaat kansloos.
Geen onveranderlijk joods-christelijke traditie 
Juist de recente geschiedenis laat zien dat er geen onveranderlijke joods-christelijke traditie is. Buma wil toch niet beweren dat de positie van Nederland als voorvechter van homohuwelijk, abortus en euthanasie naadloos past in de traditie van onze protestantse voorouders? Of dat die verwatering van de protestants-christelijke traditie het gevolg is van de opkomst van de islam? Het gesprek over nationale identiteit begint bij de constatering dat die identiteit voortdurend verandert, door invloeden van buiten en van binnenuit.
En hij zou toch ook niet willen beweren dat de joods-christelijke traditie en het daarop gestoelde humanisme het alleenrecht is van Europa? Hoe zit het dan met de christelijke traditie in Latijns-Amerika of grote delen van Afrika? Religiewetenschappers hebben genoegzaam aangetoond dat alle grote religies op centrale en gedeelde principes van menselijkheid zijn gestoeld.
Dringend nodig 
Het gesprek over nationale identiteit is dringend nodig, maar dat kan alleen als het gesprek van ons allemaal is, ook van migranten. We kennen in dit land geen eerste- en tweederangs burgers en om mee te kunnen praten over nationale identiteit hoef je niet eerst schoongewassen te zijn in de joods-christelijke traditie.
Dat gesprek over identiteit gaat net zo goed over onze poldercultuur en onze strijd tegen het water als over onze christelijke wortels. Het gaat ook over onze handelsgeest en onze oriëntatie op de wereld. Het gaat ook over onze botheid en recht voor zijn raap-cultuur.
Over de grenzen kijken 
Onlangs heeft president Duterte van het katholieke Filippijnen het islamitische offerfeest tot nationale feestdag verklaard omdat hij zich heel goed realiseert dat de diversiteit van zijn land ook daarin zichtbaar moet worden. Over de grenzen kijken helpt soms.

Het leidde tot een enorme verstikking van het culturele en in­tel­lec­tu­e­le leven

Wie wil begrijpen waar het 'niet laten verwateren' van onze joods-christelijke cultuur toe zal leiden, zou een blik moeten werpen op de Spaanse geschiedenis van de twintigste eeuw. Generaal Franco had zich ten doel gesteld om de Spaanse identiteit (inclusief het katholicisme) te vrijwaren van vreemde invloeden als het atheïsme en het marxisme. Het leidde tot een enorme verstikking van het culturele en intellectuele leven en tot het hopeloos achterblijven van de economische ontwikkeling.
Werkelijk open gesprek 
Het vraagstuk van identiteit is lang van de politieke agenda verdwenen als achterhaald, glibberig en niet passend bij een globaliserende wereld. Daarmee is het overgelaten aan populisten als Marine Le Pen en Wilders. Dat Buma de identiteitsvraag serieus neemt is winst. Maar dan graag als een werkelijk open gesprek omdat nationale identiteit altijd verandert en moet veranderen om niet in verstikking ten onder te gaan.

Comments

Het verhaal achter het beeldmerk van Het Nationale Gesprek

Steven de Winter:
Het verhaal achter het beeldmerk

van Het Nationale Gesprek

Ons beeldmerk is een “druksel” van Hendrik Nicolaas Werkman (1882-1945). H.N. Werkman is een van de belangrijkste grafische kunstenaars van Nederland. Hij is vooral bekend van de kunstenaarsvereniging De Ploeg in Groningen.

In 1941 kreeg Werkman van een vriend Die Legende des Baalschem (1932) van Martin Buber, in het Nederlands vertaald als “Chassidische vertellingen”. Deze optimistische joodse wonderverhalen, illustreert Werkman vervolgens met een schitterende serie van twintig bladen.

De teksten en afbeeldingen zijn verhulde daden van verzet tegen de Duitse bezetter en bedoeld om de mensen in oorlogstijd een hart onder de riem te steken.

Op 10 april 1945 brachten de Duitsers Werkman, met negen anderen, van Groningen naar het bosrijke Bakkeveen. Daar werd hij met een nekschot gedood.
Werkman werd verdacht van het drukken van verzetsliteratuur, maar tot een proces, of zelfs het formuleren van een verdenking, kwam het in de laatste oorlogsweken niet meer.

Pasted Graphic 1

Ik heb de erven-H.N. Werkman toestemming gevraagd of wij het druksel “Gesprek” mogen gebruiken als beeldmerk voor Het Nationale Gesprek. Die toestemming is ons direct en van harte gegeven door de kleinzoon van de kunstenaar, Hendrik Jan van den Berg. Hij mailde mij ook:
“(….)
Bij de opening van de Werkman-tentoonstelling in Reutlingen (Duitsland), haalde één van de sprekers een tekst van dr. Martin Buber aan
, over de door hem verzamelde Chassidische Legenden en de betekenis daarvan, die mij zodanig trof, dat ik daarbij aan uw project moest denken.
Het citaat gaat hierbij;

... "die eigentliche Schiksalsfrage der Menschheit ist die Frage ob es den unmittelbaren, ruckhaltlosen Dialog gibt, das echte Gespräch zwischen Menschen verschiedener Art und Gesinnung. " (Martin Buber 1920)
In het Nederlands vertaald:

“… de vraag naar het lot van de mensheid gaat in de kern om de vraag of het tot een directe dialoog, zonder voorbehoud komt, tot een echt gesprek tussen mensen van verschillende komaf en overtuiging.”

Deze tekst moet hem geïnspireerd hebben bij het maken van het schilderij ´het gesprek´ of ook wel ´het verstoorde gesprek genoemd´. Wellicht kan het ook u in uw project inspireren, ten overvloede ...
met de vriendelijkste groeten
hendrik jan s. van den Berg.


Pasted Graphic 3

Precies dáárom was en ben ik vóór Het Nationale Gesprek:
de vraag naar het lot van de mensheid, gaat in de kern om de vraag of het tot een directe dialoog, zonder voorbehoud komt, tot een echt gesprek tussen mensen van verschillende komaf en overtuiging.

Steven de Winter

Pasted Graphic 4
Comments

David van Reybrouck (in de NRC): ‘Wie een conflict begraaft, begraaft een landmijn’


David Van Reybrouck (45), auteur en cultuurhistoricus, ziet heil in verplichte 'vredeslessen' op school. Hij schreef er een essay over met Thomas d'Ansembourg. „Denken dat enkel boze moslimjongeren de rotte plek in onze samenleving zijn, is fout." Rosan Hollak



David Van Reybrouck (Brugge, 1971) is cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver.Hij schreef onder meer de roman Slagschaduw (2007), het veelvuldige bekroonde Congo. Een geschiedenis (2010), en het pamflet Tegen verkiezingen (2013).In 2010 ontving hij drie belangrijke literaire onderscheidingen. Het jaar daarop kreeg hij de Gouden Ganzenveer. Het essay Vrede kun je leren verscheen deze maand bij De Bezige Bij.

'Na elke aanslag kolk ik van woede. Uiteraard. Maar dan dwing ik mijzelf tot nuchterheid. Met emotionele oorlogsretoriek gaan we het terrorisme niet verslaan."
Tot die conclusie kwam de Vlaamse schrijver en historicus David Van Reybrouck (45) niet vorige week, na de terreur in Manchester, maar al veel eerder, na de aanslagen van november 2015 in Parijs en vorig jaar maart in Brussel.
In die periode sprak hij een aantal keer met de Waalse therapeut Thomas d'Ansembourg, schrijver van het zelfhulpboek Stop met aardig zijn en een wereldautoriteit op het gebied van geweldloze communicatie. Gezamenlijk kwamen ze tot de conclusie dat niemand wordt geboren als jihadist of moordenaar en dat we, in antwoord op terroristische aanslagen, meer moeten doen dan alleen onze samenlevingen beveiligen en oproepen tot het vergelden van geweld met geweld.
Hun inzichten brachten ze samen in het essay Vrede kun je leren, waarin ze betogen dat de politiek wel een antwoord kan geven op terreur door terroristen onschadelijk te maken maar dat dit geen garantie biedt op een duurzame vrede.


„Als geweld oplaait in het hart en geweten van de mens, is vrede namelijk ook een kwestie die van binnenuit moet worden aangepakt", schrijven ze. Het antwoord ligt volgens hen dan ook in een opvoeding tot vrede. En dus zou het wijselijk zijn om op scholen mindfulness en lessen in geweldloze communicatie, waarbij leerlingen leren nadenken over de manier waarop ze zich uiten, verplicht te stellen.
„We besteden veel aandacht aan ons lichaam", zegt Van Reybrouck aan de telefoon vanuit Berlijn. „We sporten, eten gezond, zorgen voor ons vel en poetsen onze tanden. Maar weinig mensen weten dat hetzelfde geldt voor onze geestelijke gezondheid."
Als kinderen opgroeien met innerlijke vrede, leidt dat tot een samenleving met minder terreur. Is dat jullie stelling?
„Natuurlijk moeten we politieke antwoorden vinden op geweld en terreur. Justitie en staatsveiligheid moeten werk maken van deradicaliseringsprogramma's. Maar denken dat enkel boze moslimjongeren de rotte plek in onze samenleving zijn, is fout. Ook in de rest van onze maatschappij zitten ziektekiemen. In West-Europa doet 10 tot 15 procent van de adolescenten aan een vorm van automutilatie. Alleen al in Frankrijk staat 12 procent van de bevolking op het randje van burn-out en slikt 30 procent antidepressiva. Onze ongenadig harde wereld maakt overal slachtoffers, niet alleen in de banlieue."
Hoe kan mindfulness of geweldloze communicatie deze problemen verhelpen?
„Thomas en ik denken dat ieder van ons gewelddadig kan worden als hij zich onbegrepen voelt of zichzelf niet meer begrijpt. Mindfulness en geweldloze communicatie zijn instrumenten om dit tegen te gaan. Geweldloze communicatie werd in de jaren zestig ontwikkeld door de klinisch psycholoog Marshall Rosenberg. Hij bedacht een methode waarbij mensen leren nadenken over de manier waarop ze zich uiten. Ze leren te kijken naar hun reacties, niet te snel te oordelen en scherp te luisteren. Zo ontwikkelen ze empathie voor zichzelf en de ander."



En hoe leidt mindfulness tot minder geweld en meer positiviteit?
„Er verschijnen steeds meer wetenschappelijke studies over mindfulness. Hersenscans laten zien dat bij mensen die dagelijks een korte mindfulness-training doen, het gebied in het brein dat positieve gedachten teweegbrengt al wordt geprikkeld. Een recente studie op drie scholen in Noord-Wales heeft aangetoond dat kinderen tussen zeven en negen jaar na acht weken mindfulness-oefeningen al een positiever zelfbeeld kregen. In Groot-Britannië brachten Britse parlementariërs in oktober 2015 een rapport uit, Mindful Nation UK, waarin ze het voorstel deden dat de staat mindfulnesstherapieën gaat medefinancieren en dat scholen de middelen krijgen om met leerlingen te gaan mediteren."
Toch wordt mindfulness nog steeds niet serieus genomen.
„Ja, ik had ook lang moeite met die term. Rond mindfulness is inmiddels een ware hype ontstaan: het is het toverwoord voor de geest, zoals 'glutenvrij' dat is voor het lichaam. De term wordt vaak verkeerd gebruikt. Sommigen zien het slechts als een oefening tot verbetering van het individuele welzijn, terwijl het bij mindfulness draait om compassie: een diepe betrokkenheid voor wat de ander beleeft en ervaart waardoor je met een milde blik naar jezelf en anderen kunt kijken. Misschien moeten we er een ander woord voor gaan gebruiken. In het Duits spreekt men over 'Achtsamkeit'. Wij kennen alleen het woord 'verontachtzamen'."
Toch doen jullie met dit essay nu ook mee met die mindfulnesshype.
„Ik ben immuun voor hypes. Waardevol is waardevol. En wij verbreden het concept. Tussen de politiek en de psychologie staat op dit moment een schot. Wij willen die twee werelden overbruggen. Werken aan vrede is niet alleen heilzaam voor de geestelijke gezondheid van het individu maar ook nuttig voor de gezondheid van het sociale weefsel. Het gaat om volksgezondheid, soms zelfs om staatsveiligheid."
Heeft u een voorbeeld?
„Er is een school in een achterstandswijk in Baltimore waar leerlingen de dag beginnen met ademhalingsoefeningen. Als er ruzie is, worden ze niet naar de decaan gestuurd, maar moeten ze naar de Mindful Meetroom. Er zijn daar geen nablijvers. Stel dat de dader van de aanslag in Manchester op die school had gezeten, had hij dan hetzelfde gedaan? Ik denk het niet. Je kunt niet elke vorm van geweld uit de wereld bannen, maar als het op deze manier kan afnemen, is er al veel gewonnen."
Als het aan jullie ligt, wordt geweldloze communicatie een verplicht schoolvak.
„Om een epidemie te overwinnen moet iedereen leren zijn handen te wassen. Uiteindelijk gaat het hier om mentale hygiëne. Deze wordt effectiever naarmate meer mensen het doen. We moeten weg uit de hoek van de vrijblijvendheid. Het is net als bij vaccinatie tegen polio: als tien procent van de mensen het doet, zal je de ziekte niet uitbannen, pas als je het verplicht stelt, wordt het effectief."
Volgens jullie bestaat vrede niet uit een leven zonder conflicten, maar met conflicten.
„Vroeger loste ik conflicten op door ze te begraven. Ik kon niet goed uiten waar ik behoefte aan had. Tot mijn dertigste was ik ook niet bezig met mijn geestelijke gezondheid, tot ik in een pijnlijk conflict terechtkwam. In die tijd had ik veel aan de boeken van Thomas en begon ik beter zicht te krijgen op wat er vanbinnen speelde. Sindsdien probeer ik een conflict op te lossen voordat het uitmondt in een ruzie met een ander of met mezelf. Inmiddels weet ik: wie een conflict begraaft, begraaft een landmijn."
Doet u zelf aan mindfulness?
Ik gebruik Headspace, een app die mij dagelijks begeleidt tijdens een mindfulness-oefening van zo'n tien minuten. Door 's ochtends een moment in te lassen waarbij mijn lichaam diep ontspant en ik even stop met denken, voel ik dat ik gedurende de dag meer aankan. Mijn geest wordt ruimer en de grens tussen mij en anderen wordt wat zachter. Mijn empathie groeit en ik ben milder tegenover mijzelf en anderen. Dat is echt iets wat je moet oefenen, net zoals je moeite moet doen om een taal onder de knie te krijgen. Aan vrede moet je werken."
Vrede kun je leren. David Van Reybrouck en Thomas d'Ansembourg. Bezige Bij, 12,99 euro.
Comments

Marcel Douma: het grote gelijk leidt zelden tot het grote geluk


Het is verkiezingstijd: de meningen-arena is weer geopend. De debatten en lijsttrekker-shows volgen elkaar zonder pauze op en trekken in een razend tempo aan de al dan niet zwevende radioluisteraars en tv-kijkers voorbij. Tussen de vele politici zie ik voldoende ‘spiegels’ van mezelf; mensen die veel ter discussie stellen en regelmatig vragen stellen die eigenlijk verkapte pogingen zijn om hun eigen standpunten duidelijk te maken. Het is een valkuil, ik weet het. Een hardnekkig, niet werkend onderdeel in mijn stelsel van dagelijkse patronen en gewoonten.

Veel opinion-leaders steken hun energie in het gelijk-krijgen, in overtuigen van anderen.
De fuik van het gelijk is een eindeloze herhaling van woorden, die slechts tot doel hebben om van de ander bevestiging te krijgen voor je eigen denkbeelden. En dat is niet zinvol want dat kan een ander niet, dus bestaat gelijk niet. Waarom zou je iets willen hebben dat niet bestaat? Door een harde leerschool is het mij inmiddels duidelijk geworden dat ik geen ander mens kan overtuigen. Ik besef me dat de enige die in staat is om het ene denkbeeld in te wisselen voor het andere, dat ben je zelf.

Werkelijk succesvolle communicatoren in de politieke belangen-arena’s gaan daarom niet voor het grote gelijk. Dat levert niets op. Zij luisteren naar de mensen over wat niet werkt. Ze nodigen hen uit om vrijwillig iets anders te gaan doen dan ze tot dan toe hebben gedaan. En tonen zich bereid zelf het voorbeeld te daarin te zijn. Het is een effectieve houding wanneer je beseft dat niemand ooit gelijk heeft. Dat schept een enorme ruimte en het verbindt tegelijkertijd.

In het gewone leven na de verkiezingstijd kan een gesprek ook ruimte en verbinding tot stand brengen. Zolang het maar in de uitnodigende zin gebeurt. En dat is eenvoudiger door het eens niet over een specifiek en actueel onderwerp of belang te hebben. En vooral niet over wat je er van vindt. Dat leidt te vaak tot overtuig-gedrag. Effectiever is het door een ander, wie dan ook, eens uit te nodigen om elkaar op persoonlijk vlak te ontmoeten. En het over niets anders dan jullie zelf te hebben. Gewone andere mensen, niet van ver weg, maar van dichtbij. Van je eigen stad of dorp. Dan blijken er ineens veel mensen om de hoek te wonen met boeiende verhalen die het verdienen om te worden gehoord. En die door hun herkenning verbinden. Echt, het werkt, want een kleine ontmoeting leidt soms tot een groots momentje van geluk. Probeer maar eens:
www.hetnationalegesprek.nl

Comments